‘Aanpak institutioneel racisme politie hard nodig’


DEN HAAG – Zoals het College van de Rechten van de Mens aangeeft worden veel meldingen van discriminatie bij de politie niet behandeld. Het college geeft terecht aan dat politieagenten hierop beter getraind moeten worden om deze meldingen goed te behandelen. Een groot knelpunt is echter dat institutioneel racisme aangetoond is bij de politie als organisatie (zie ons KIS rapport hierover) in de vorm van etnisch profileren. Onder meer onderzoeken van Amnesty International hebben laten zien dat etnisch profileren voorkomt bij de politie in Nederland en soms zelfs een officiële beleidslijn is.

En dat maakt het lastig voor deze organisatie om dan vervolgens racisme te bestrijden in de samenleving. Daarom is het cruciaal dat er aan de slag wordt gegaan met de aanpak van institutioneel racisme bij de politie. ‘We merken ook dat er zeker al politiemensen zijn die dit zelf ook erg belangrijk vinden en hier mee aan de slag willen. De politie hoeft gelukkig niet helemaal zelf het wiel hiervoor uit te vinden: vanuit de wetenschap zijn hier verschillende aanknopingspunten voor. Het gaat dan onder meer over een combinatie van duidelijke sociale normen en richtlijnen voor de politie. Belangrijk is dat er minder ruimte komt voor agenten om af te gaan op eigen vooroordelen en stereotypen,‘ zegt Hanneke Felten, Senior projectleider en onderzoeker bij Movisie.

Ter toelichting: nu is er ruimte voor agenten om zelf te bepalen wie zij verdacht vinden, waardoor de invloed van vooroordelen en stereotypen (die ieder mens heeft) niet ingeperkt wordt. Wetgeving en hierover verantwoording afleggen, zoals met een stopformulier waarbij je als agent moet aangeven op basis van welk verdacht gedrag je iemand aanhoudt, zijn daarom belangrijk in de aanpak. Een ander aandachtspunt is een goed functionerende klachtenprocedure. Dit samen kan voorkomen dat de aanpak van institutioneel racisme vrijblijvend is en niet door iedereen of ieder korps wordt opgevolgd.