ACM: telecomaanbieders mogen samenwerken voor snelle uitrol mobiele netwerken


Telecomaanbieders mogen onder voorwaarden samenwerken om op efficiënte wijze te investeren in capaciteit, kwaliteit en dekking van de mobiele netwerken. Dat stelt de Autoriteit Consument & Markt (ACM) in een leidraad over delen van mobiele netwerken. Samenwerking tussen telecomaanbieders kan er aan bijdragen dat deze investeringen worden gedaan, met behoud van concurrentie op de markt. De ACM legde de leidraad eerder voor aan partijen uit de telecomsector. Reacties zijn verwerkt in de definitieve versie die nu wordt gepubliceerd. 

Goedwerkende mobiele diensten zijn cruciaal voor Nederland. Het mobiele dataverbruik stijgt al jaren en is in 2020 meer dan vertienvoudigd vergeleken met vijf jaar geleden. Deze groei zet de komende jaren door. De ACM vindt het van belang dat telecomaanbieders snel investeren in het vergroten van de capaciteit, kwaliteit en dekking van de mobiele netwerken. Hoogwaardige netwerken zijn essentieel om nieuwe en betere mobiele diensten te bieden aan mensen en bedrijven. Concurrentie tussen de aanbieders van die diensten stimuleert innovatie.

Antennelocaties verwerven
Het wordt voor telecomaanbieders steeds moeilijker om antennelocaties te vinden. Dat komt door de noodzakelijke groei van het aantal mobiele antennes en de afnemende beschikbaarheid van locaties. Dan kan het helpen als aanbieders hierbij kunnen samenwerken. De ACM verwacht dat binnen kaders van de leidraad de concurrentie tussen aanbieders van mobiele diensten niet in gevaar komt wanneer zij gezamenlijk optrekken bij het vinden van antennelocaties. Doordat aanbieders geheel zelfstandig hun diensten aanbieden en hun eigen uitrolstrategie, spectrum en netwerk gebruiken, onderscheiden zij zich nog steeds voldoende van elkaar.

Huur en verhuur van spectrum
In de nieuwe Telecommunicatiewet wordt de mogelijkheid gecreëerd om spectrum (frequenties voor mobiel dataverkeer) te huren en te verhuren. Verhuur van frequenties aan bijvoorbeeld een aanbieder van lokale bedrijfsnetwerken kan zorgen voor nieuwe diensten en extra concurrentie. Sinds de frequentieveiling van medio 2020 wordt een bovengrens van 40% gehanteerd voor de maximale hoeveelheid frequenties die één aanbieder kan gebruiken. De ACM is van oordeel dat deze bovengrens er in het algemeen voor zorgt dat de concurrentie niet in gevaar komt.

Nationale roaming op 2G- of 3G-netwerken
In de komende jaren gaan de Nederlandse telecomaanbieders hun 2G- of 3G-netwerken uitzetten. Dit kan gevolgen hebben voor zogenaamde machine-to-machine diensten (M2M-diensten) die afhankelijk zijn van deze netwerken, zoals slimme energiemeters of automatische noodoproepsystemen in auto’s. In 2020 waren er ruim 7,5 miljoen aangesloten M2M-apparaten. Als een aanbieder die een 2G- of 3G-netwerk uitschakelt via roaming gebruik kan maken van het 2G of 3G netwerk van een andere aanbieder, komt er meer tijd om de apparaten om te zetten naar 4G of 5G. De ACM staat dan ook in het algemeen positief tegenover dit soort roamingafspraken, mits de mededingingsregels hierbij in acht worden genomen.