Coronacrisis stuwt schuld Rijksoverheid naar 379 miljard euro


De Rijksoverheid gaf in 2020 43 miljard euro meer uit dan dat er binnen kwam. Mede hierdoor nam de schuld van het Rijk in 2020 toe tot 379 miljard euro, 42 miljard euro meer dan aan het begin van het jaar. De laatste keer dat de schuld zo snel toenam was in 2008, ten tijde van de financiële crisis. Dit meldt het CBS op basis van de maandelijkse kascijfers van het Rijk. Op basis van deze cijfers kan nog geen uitspraak worden gedaan over het EMU-saldo of de schuldquote over 2020.

De coronacrisis en bijbehorende steunmaatregelen drukten vanaf maart 2020 een stevig stempel op de financiën van de Rijksoverheid. De kasuitgaven lagen in 2020 ruim 39 miljard euro hoger dan in 2019, waarvan minimaal 24 miljard euro direct is toe te schrijven aan corona gerelateerde maatregelen. Zo droeg het Rijk in het kader van de NOW (Tijdelijke Noodmaatregel voor Overbrugging Werkgelegenheid) 13 miljard euro bij aan het UWV (Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen), de uitvoerder van deze regeling. De NOW is hiermee verreweg de grootste extra kostenpost en goed voor meer dan de helft van de totale noodsteun. De NOW compenseert ondernemers voor een groot deel van de loonkosten bij een omzetdaling. Ook de Tozo (Tijdelijke overbruggingsregeling zelfstandig ondernemers) droeg met ruim 3 miljard euro flink bij aan de stijgende uitgaven. Een bonus voor zorgmedewerkers kostte het Rijk in 2020 ruim 2 miljard euro. Het zwaartepunt van de steunmaatregelen lag in het tweede kwartaal, waarna deze in de zomer afnamen. In de laatste maanden van 2020 liepen de uitgaven weer op.

Tegenover de stijgende kasuitgaven stonden dalende kasinkomsten. Door lagere belastinginkomsten, verreweg de belangrijkste inkomstenbron van het Rijk, namen de kasinkomsten in vergelijking met 2019 met 9 miljard euro af. Gerekend vanaf het begin van de coronacrisis begin maart, bedroeg de daling 12 miljard euro. De belastinginkomsten namen vooral in de periode april tot en met juli flink af. Dit kwam met name doordat bedrijven bepaalde belastingen uitgesteld mogen betalen in verband met de coronacrisis. In combinatie met afgenomen bedrijvigheid in sommige sectoren, zoals bijvoorbeeld de horeca, leidde dit tot een minder gevulde schatkist.

Vanaf augustus kennen de belastinginkomsten echter weer een licht stijgende trend, mede doordat sommige bedrijven naast de reguliere betalingen ook de uitgestelde belastingen over de voorgaande maanden hebben betaald. Over heel 2020 had de vennootschapsbelasting met een daling van bijna 5 miljard euro het grootste aandeel in de lagere kasinkomsten. Hier speelt mee dat naast de uitstelregeling bedrijven ook de mogelijkheid werd geboden om de voorlopige aanslag over 2020 te verlagen.

Schuld Rijksoverheid met 42 miljard euro toegenomen
De extra uitgaven en dalende inkomsten zorgden voor een toename van de schuld van de Rijksoverheid. Waar de schuld de afgelopen jaren gestaag afnam, liep deze in 2020 met 42 miljard euro op tot 379 miljard euro. Gerekend van het begin van de coronacrisis eind februari nam de schuld zelfs met 55 miljard euro toe. De schuld van het Rijk lag eind 2020 nog wel onder de piek van begin 2015, toen deze rond de 400 miljard euro bedroeg.

Net als tijdens de financiële crisis van 2008 financierde het Rijk de extra uitgaven voor een groot deel met kortlopende schulden. Dit zijn schulden met een initiële looptijd korter dan één jaar. Deze namen in de periode maart tot en met juli met 43 miljard euro toe. Sindsdien financiert het Rijk zijn tekorten weer voornamelijk met langlopende schulden.

De steunmaatregelen van de overheid in het kader van de coronacrisis hebben grote gevolgen voor de overheidsfinanciën. Het CBS publiceert daarom sinds juni 2020 ook maandcijfers van de inkomsten, uitgaven en het saldo op kasbasis van de Rijksoverheid. Daarnaast publiceert het CBS ook een maandcijfer van de schuld van het Rijk. Deze nieuwe cijfers wijken af van het reguliere overheidssaldo en schuldcijfers op kwartaalbasis, maar zijn eerder beschikbaar en geven een actueler beeld van de overheidsfinanciën. De maandcijfers over de inkomsten en uitgaven zijn op kasbasis geregistreerd. Dit betekent dat het moment van betalen het criterium voor de boeking is. De gebruikelijke kwartaal- en jaarcijfers zijn daarentegen op transactiebasis registreert. Dit betekent dat uitgaven en inkomsten worden geregistreerd op het moment waarop economische waarde wordt gecreëerd of wanneer er een recht dan wel verplichting ontstaat. Tevens betreffen de maandcijfers uitsluitend de Rijksoverheid. Socialezekerheidsfonden en lokale overheden, zoals gemeenten en provincies, worden dus bij de maandcijfers buiten beschouwing gelaten. Hoewel de maandcijfers een indicatie geven van de overheidsfinanciën, schetsen zij niet het volledige beeld. Het is op basis van deze cijfers dan ook niet mogelijk om te bepalen of de overheidsschuld voldoet aan de Europese schuldnorm van 60 procent van het bbp. Het CBS publiceert 26 maart de eerste raming van de overheidsschuld in 2020.