Pensioenfondsen laten slachtoffers landroof in de steek


De 10 grootste pensioenfondsen in Nederland beleggen 8,2 miljard Euro in 46 bedrijven die betrokken zijn bij ernstige schendingen van landrechten. De grootste investeerders zijn ABP, PFZW en PMT. Geen van de pensioenfondsen pakt alle bedrijven aan waarin men belegt en die zich schuldig maken aan landroof. Ook zet geen van de pensioenfondsen zich structureel in om slachtoffers van landroof te compenseren. Pensioenfonds Detailhandel doet het relatief beter: het fonds spreekt meer dan de helft van de 24 betrokken bedrijven waarin het fonds belegt aan op schendingen van landrechten. Dit blijkt uit nieuw praktijkonderzoek van de Eerlijke Pensioenwijzer dat vandaag gepubliceerd wordt.

Peter Ras, woordvoerder Eerlijke Pensioenwijzer: “Pensioenfondsen beleggen miljarden in mijnbouwers, landbouwbedrijven en oliemaatschappijen die zich schuldig maken aan landroof. Zij komen nauwelijks of zelfs helemaal niet op voor de rechten van slachtoffers hiervan. Pensioenfondsen moeten heldere eisen stellen aan bedrijven waarin zij beleggen en die betrokken zijn bij landroof, om zo schendingen van landrechten aan te pakken. De Eerlijke Pensioenwijzer roept de Nederlandse regering op om druk uit te oefenen op pensioenfondsen om internationale richtlijnen zoals die van de VN en de OESO actief toe te passen. Pensioenfondsen moeten landroof door bedrijven waarin zij beleggen helpen uitbannen en anders deze bedrijven uitsluiten.”

Schending van landrechten is een wereldwijd probleem. Vaak is land onvoldoende juridisch beschermd, met name in ontwikkelingslanden, en de bedrijven in het rapport maken daar misbruik van. Weerstand wordt in veel gevallen hardhandig onderdrukt: in de afgelopen jaren werden wekelijks gemiddeld vier land- en milieuverdedigers gedood, onder meer in Colombia en Brazilië.

Inzet voor landrechten

Lokale gemeenschappen in onder meer Brazilië, Colombia, DRC, India, Indonesië, Sierra Leone en Vietnam zijn het slachtoffer van landroof door de bedrijven waarin de pensioenfondsen beleggen. Van de tien fondsen laat alleen Pensioenfonds Detailhandel zien dat het zich in enigerlei mate inzet voor slachtoffers van landroof. Het fonds is met de helft van de bedrijven betrokken bij landroof waarin het belegt, in gesprek over mensenrechten.

Slechts drie van de tien pensioenfondsen stellen in hun publiek kenbaar beleid eisen aan bedrijven om conflicten met inheemse volkeren over landrechten te voorkomen: BPL, PfZW en PMT. Zes pensioenfondsen (ABP, Bpf Bouw, BPL, Detailhandel, PfZW, Horeca en Catering) voeren een kritische dialoog met één of meer van de in het onderzoek benoemde bedrijven vanwege hun betrokkenheid bij schendingen van landrechten. Echter: met uitzondering van Detailhandel doen zij dit met maar een klein aantal van deze bedrijven. Slechts vijf pensioenfondsen nemen toegang tot herstel voor slachtoffers van schendingen van landrechten op in dialoog met bedrijven, en vaak zeer beperkt. Zes pensioenfondsen sluiten geen enkele onderneming uit in hun publieke uitsluitingslijsten als gevolg van mensenrechtenschendingen: ABP, Bpf Bouw, Pensioenfonds Detailhandel, PFZW, PME en PMT. Vrijwel geen pensioenfonds monitort of de situatie voor de slachtoffers van schendingen van landrechten door bedrijven waarin zij beleggen, verbetert.