Tijd voor verandering wet Veiligheidsregio’s Nederland


De veiligheidsregio’s functioneren goed als het gaat om regionale branden, incidenten en crises. Maar omdat crises ingewikkelder worden en regionale grenzen overschrijden, is meer samenwerking nodig; tussen veiligheidsregio’s, met crisispartners en met het Rijk. Daarom moet er een nieuwe wet komen die daarvoor zorgt. Dat concludeert de Evaluatiecommissie voor de Wet veiligheidsregio’s in het eindadvies dat is overhandigd aan minister Grapperhaus van Justitie en Veiligheid.

Crises zijn vaker ingrijpender, omvangrijker, grensoverschrijdender en diverser van aard. Naast branden en ontploffingen is sprake van grotere en complexe crises zoals cyberaanvallen, grootschalige protesten, terrorisme of pandemieën. Rampen en crises worden dan ook steeds professioneler bestreden. Ook de brandweerzorg is verbeterd sinds de huidige Wet veiligheidsregio’s tien jaar geleden is ingevoerd. Toch moet de wet worden vernieuwd, concludeert de Evaluatiecommissie Wet veiligheidsregio’s onder voorzitterschap van hoogleraar Erwin Muller. De commissie vindt de wet op dit moment te ingewikkeld, soms onvolledig of juist te gedetailleerd en mede daardoor niet geschikt voor de toekomst.

Grenzeloze samenwerking

Risico’s en crises zijn tegenwoordig vaak ingewikkelder dan een grote brand of een flinke aanrijding. Door de overheid vastgestelde regiogrenzen kunnen dan tot verwarring leiden. Toen bijvoorbeeld in juni 2019 door een storing in het KPN netwerk de 112-alarmcentrale voor het hele land niet bereikbaar was ontstond een chaotische situatie waarin meerdere veiligheidsregio hun eigen, soms tegenstrijdige, communicatieboodschappen deelden. Lange tijd bestond onduidelijkheid wat burgers konden doen bij een noodgeval.

Regionale organisatiestructuur

Gezamenlijk optreden is essentieel bij crises zoals de recente boerenprotesten (met als effect geweld, vernielingen en verlammende blokkades) in 2019 en 2020 en de bestrijding van COVID-19. In dergelijke situaties moet het vanzelfsprekender en makkelijker worden om de regionale organisatiestructuur los te laten en juist gezamenlijk op te treden, oordeelt de commissie. Bij crisisbestrijding dient voortaan sprake te zijn van één crisisorganisatie in plaats van 25 regionale crisisorganisaties.

“De aard en omvang van een crisis moeten leidend zijn voor hoe je het organiseert, en niet de regio waar een crisis plaatsvindt”, stelt commissievoorzitter Erwin Muller. Daarom pleit de evaluatiecommissie er onder andere voor dat niet langer wordt voorgeschreven welke crisispartners betrokken zijn bij de voorbereiding op en het bestrijden van crises. Het telkens opnieuw beoordelen welke partner echt nodig is, zorgt voor flexibiliteit en effectievere hulpverlening, meent de commissie.  Om dat te bereiken moet de Wet veiligheidsregio’s vernieuwd worden.

Brandweerzorg

Bij het herschrijven van de wet moet de brandweerzorg een nadrukkelijke rol krijgen.  Negentig procent van het werk van de veiligheidsregio bestaat immers uit reguliere brandweertaken. Naast het werk dat de brandweer doet tijdens crisisbeheersing moet ook aandacht zijn voor het vak brandweer en de rol van brandweer bij preventie en brandveiligheid.

Bevoegdheden en gezag

Als er onverhoopt problemen zijn in de samenwerking, moet de burgemeester, de voorzitter van de veiligheidsregio of de minister kunnen ingrijpen. Zij zijn verantwoordelijk voor de regie op de crisisbeheersing maar krijgen tevens bevoegdheden om andere partijen tot medewerking te dwingen.