‘Uitspraak Raad van State steun voor tegenstanders van bouw van windmolens op land’


DEN HAAG – De Raad van State heeft uitspraak gedaan over de bouw van nieuwe windparken op land. Voor aan de bouw begonnen wordt, moet er een milieubeoordeling komen over onder meer de hoeveelheid geluid die de molens zullen produceren. De Nederlandse Vereniging Omwonenden Windturbines is daar blij mee. De vereniging is van mening dat Nederland alleen in de Noordzee windmolens moeten komen, om de burgers te beschermen tegenoverlast. Partijen als de Natuur en Milieufederaties en Hier en Energie Samen vinden ook dat burgers te weinig betrokken worden bij het maken van plannen, terwijl gemeenteraadsleden schrikken van de reacties van (voorgenomen) omwonenden.

Dat staat in schril contrast met de participatietrajecten die gemeenten uitvoeren. Hoe kan dat?

Waarom werkt de participatie hier niet?

De gedachte is dat als je mensen vroeg bij de plannen betrekt, je er samen ook wel uitkomt. Maar er zijn verschillende factoren die een voor alle partijen bevredigende uitkomst in de weg staan.

Een factor is dat lang niet iedereen bereid is zijn eigen belang ondergeschikt te maken aan een maatschappelijk belang. Zoals een bewoner van een wijk in de buurt waarvan windmolens werden gebouwd in het NOS Journaal zei: ‘Ik ben helemaal niet tegen windenergie, maar wel tegen deze locatie.’ Niet onbegrijpelijk als je er niet zeker van kan zijn dat je geen last ondervindt van geluid, slagschaduw en wellicht zelfs gezondheidsproblemen krijgt.

Een andere factor is dat we in Nederland 2,5 miljoen laaggeletterden tellen, dat wil zeggen mensen die met moeite of nauwelijks kunnen lezen. Voor een deel zal dat overlappen met de 2,3 miljoen mensen met een IQ dat tussen de 70 en 85 ligt. Evident is dat het voor deze mensen moeilijk zo niet ondoenlijk is alle beleidstaal en nuances van plannen te doorgronden. Niet zo gek dat ze participatiebijeenkomsten die over planvorming gaan niet bezoeken.