Vrouwen zijn betere leiders


Meer diversiteit leidt tot betere kwaliteit van politiek en bestuur. Dat blijkt uit een interview in magazine voor de overheid, Publiek Denken, met Liza Mügge en Zahra Runderkamp, respectievelijk universitair hoofddocent Politicologie en promovenda aan de Universiteit van Amsterdam.

‘Quota kunnen voor een betere man-vrouwverhouding zorgen, maar sociale bewegingen en individuele acties zijn net zo belangrijk,’ zegt Mügge. Meer diversiteit is niet alleen een kwestie van rechtvaardigheid, het leidt ook tot een betere kwaliteit van politiek en bestuur, zegt Mügge. ‘Met een meer diverse samenstelling worden automatisch meer perspectieven meegenomen, meer dimensies, waardoor beleidsvraagstukken inclusiever worden benaderd.’

Ondervertegenwoordiging

Vrouwen zijn ondervertegenwoordigd in politieke en bestuurlijke functies. Over het algemeen is de Nederlandse politieke ambtsdrager een witte, hoogopgeleide man van boven de vijftig jaar. Van alle wethouders en burgemeesters is ongeveer een kwart vrouw, in waterschapsbesturen nog geen twintig procent. Andere minderheden, zoals bijvoorbeeld mensen die zich als non-binair identificeren of mensen die leven in armoede, zijn eveneens nauwelijks vertegenwoordigd in politieke en bestuurlijke functies.

Machtsstructuren en stereotypen weerhouden vrouwen ervan om in de politiek te gaan. Als ze die stap wel maken, zijn ze echter sneller geneigd eruit te stappen, door het vijandige klimaat vaak en de negatieve reacties van publiek en media. Nederland bezet de 41e plek op de wereldranglijst wat betreft het percentage vrouwen in nationale parlementen. Het is dan ook alle hens aan dek, stellen Mügge en Runderkamp.

‘We moeten minder wachten op grote actie en meer gewoon met z’n allen er iets aan doen,’ zegt Runderkamp. ‘Ook mannen moeten zich actief inzetten voor een betere verhouding.’ Daarnaast zijn rolmodellen belangrijk; zij bieden herkenning en inspiratie.