Windmolenparken druisen in tegen Europees recht


In 2010 stelde de Rijksoverheid landelijke normen vast voor geluid, slagschaduw en externe veiligheid van windturbines met het doel de besluitvorming over de bouw van windparken te versnellen. Weg met alle vertraging door gekissebis over lokale voorschriften en weg met bezwaar en beroep van lastige burgers. Maar – en dat is de ware oorzaak van de losse schroeven waarop het beleid staat – die landelijke normen werden vastgesteld zonder een door het EU recht geëiste “milieueffectrapportage”(MER). Dat is niet alleen een juridisch defect, maar – veel belangrijker – het betekent dat die nieuwe normen werden vastgesteld zonder onderzoek naar de gevolgen voor milieu en mens. Ook niet voor wat betreft de effecten op welzijn en gezondheid van omwonenden.

Het duurde tot de uitspraak van 30 juni voordat deze ‘truc’ onderuit werd gehaald. Dat deed de Raad van State niet op eigen initiatief, maar omdat de Raad na het Nevele arrest van het Europese Hof geen keuze had. En dus moet er alsnog een MER worden opgesteld en mogen er pas daarna nieuwe voorschriften worden vastgesteld. Daarin komen nu wel de effecten van windturbines op welzijn en gezondheid van omwonenden aan de orde. Begrijpelijk dat actiegroepen blij zijn met de 30 juni uitspraak.